Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

AF6032

Datum uitspraak2001-10-01
Datum gepubliceerd2003-03-19
RechtsgebiedVreemdelingen
Soort ProcedureVoorlopige voorziening
Instantie naamRaad van State
Zaaknummers200104396/2
Statusgepubliceerd


Uitspraak

RAAD VAN STATE AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK 200104396/2. Datum uitspraak: 1 oktober 2001 Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) hangende het hoger beroep van: [vreemdelinge], [verzoekster], tegen de uitspraak van de arrondissementsrechtbank te 's-Gravenhage van 20 augustus 2001 in het geding tussen: [verzoekster] en de Staatssecretaris van Justitie. 1. Procesverloop Bij besluit van 3 augustus 2001 heeft de Staatssecretaris van Justitie een herhaalde aanvraag van [verzoekster] om haar een verblijfsvergunning asiel te verlenen, afgewezen. Bij uitspraak van 20 augustus 2001, verzonden op 27 augustus 2001, heeft de arrondissementsrechtbank te ’s-Gravenhage het daartegen door [verzoekster] ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft [verzoekster] bij faxbericht, bij de Raad van State binnengekomen op 3 september 2001, hoger beroep ingesteld, onderscheidenlijk de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. 2. Overwegingen 2.1. Met het verzoek beoogt [verzoekster] haar uitzetting gedurende de behandeling van het hoger beroep te voorkomen. Reeds omdat de Afdeling het beroep op korte termijn zal behandelen en niet is gebleken van een zodanig spoedeisend belang dat de uitspraak van de Afdeling onder die omstandigheden niet kan worden afgewacht, bestaat geen grond voor het treffen van de gevraagde voorlopige voorziening. 2.2. Het verzoek dient als kennelijk ongegrond te worden afgewezen. 2.3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. 3. Beslissing De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State Rechtdoende in naam der Koningin: wijst het verzoek af. Aldus vastgesteld door mr. J.A.W. Scholten-Hinloopen, Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. H.W. Groeneweg, ambtenaar van Staat. w.g. Scholten-Hinloopen w.g. Groeneweg Voorzitter ambtenaar van Staat Uitgesproken in het openbaar op 1 oktober 2001 Verzonden: Voor eensluidend afschrift de Secretaris van de Raad van State voor deze,